Home Nieuws Eten en drinken verbeteren in de zorg

      Eten en drinken verbeteren in de zorg

      30 maart 2018

      Uit onderzoek blijkt dat investeren in eten en drinken in de zorg bijdraagt aan een sneller herstel van de cliënt, de kwaliteit van leven en ondervoeding kan voorkomen. Aandacht voor een duidelijke visie, de presentatie van de maaltijden en cliëntenparticipatie leveren positieve resultaten op. Onderstaand 5 adviezen voor zorgorganisaties die willen verbeteren op het gebied van voeding.

      1. Duidelijke visie 
      Een voedingsconcept invoeren gaat gepaard met een duidelijke visie op voeding. Dit is de paraplu van alle voedingsconcepten binnen een zorgorganisatie. Ook belangrijk is dat de visie op voeding wordt gekoppeld aan de wijze van regenereren; contactwarmte, hetelucht of combi oven.

      2. Gepersonaliseerde voeding
      Door eten af te stemmen op een specifieke doelgroep of zelfs een individu kun je beter inspelen op de behoefte van de cliënt. Gepersonaliseerde voeding, dus voeding die het best past bij ieders DNA-profiel. Denk hierbij aan leeftijd, dieet en levensstijl, maar ook op basis van bijvoorbeeld het ziektebeeld.

      3. Samen koken
      Eten en drinken in de zorg kan ook bijdragen aan aspecten als sociale contacten, behoud van vaardigheden en dagstructuur. Door samen te koken bijvoorbeeld. Laat cliënten meedenken over het menu, doe samen boodschappen of geef ze een taak bij het kookproces.

      4. Meer eetmomenten
      Het aanbieden van meerdere eetmomenten per dag draagt bij aan een gastvrije(re) zorg. Ook speel je hiermee meer in op de behoefte van de individu, want cliënten en patiënten hebben meestal geen zin in grote maaltijden. Daarbij wordt de bloedsuikerspiegel en spijsvertering minder zwaar belast.

      5. Maaltijdambiance
      Factoren als een mooie gedekte tafel, een muziekje op de achtergrond en hoe je het eten serveert zorgen ervoor dat iedereen graag aan tafel zit en dat het beter smaakt. Het gevolg van het verbeteren van de maaltijdambiance: er wordt meer gegeten en dus minder voedselverspilling.

      Nieuwsarchief