Home Nieuws Stichting NiKo loopt voorop met iPVB

      Stichting NiKo loopt voorop met iPVB

      18 mei 2018

      Innovatie in de zorg betekent niet per definitie dat alles steeds moderner moet. Het kan ook inhouden dat je juist teruggaat naar de basis en processen minder complex maakt. Vanuit deze visie maakt Lia Lantink-Prins, bestuurder van Stichting NiKo in Alkmaar, zich sterk voor de implementatie van een baanbrekende vorm van zorgbekostiging.

      Al sinds 1987 wordt er in de politiek druk gepraat over het centraal stellen van de cliënt in de zorg. Als we kijken naar de langdurige zorg zijn er op dit gebied eigenlijk pas vanaf 2003 concrete stappen gezet. De meest recente ­– en een heel belangrijke – is de, nu nog op kleine schaal, introductie van het intramuraal Persoons Volgend Budget (iPVB), geïnitieerd door Stichting NiKo en toegejuicht door het ministerie van VWS. Deze vorm van bekostiging legt de zeggenschap bij de zorgvragers en stelt dus bij uitstek de cliënt centraal.

      Vingerafdruk
      In 1971 ging Lia Lantink als verpleegkundige aan de slag in de zorg. Omdat ze in de praktijk veel dingen zag die beter konden, besloot ze zich te ontwikkelen tot manager. Ze bekleedde op dat niveau diverse functies, allemaal in de ouderenzorg. “Daar ontdekte ik dat mijn talent vooral ligt in het opzetten van nieuwe dingen buiten de bestaande kaders, en dat ik minder goed ben in borgen, implementeren en dergelijke. Daarom ben ik op een gegeven moment uit vaste dienst gegaan en voor mezelf begonnen als interim-manager. Dat heb ik 15 jaar gedaan en in die tijd heb ik zo ongeveer de hele zorg leren kennen. Ik zat altijd voor kortere tijd bij organisaties, met een gerichte opdracht. Mijn rol was vooral dingen neerzetten. Op het moment dat het allemaal ingebed moest worden, ging ik alweer naar een volgende opdracht. Dat vond ik ideaal. Maar na die 15 jaar kreeg ik toch het gevoel dat ik graag eens echt een vingerafdruk wilde achterlaten. Iets duurzaams. Om dat te kunnen doen, zou ik ergens bestuurder moeten worden. Maar dan wel liefst bij een kleine organisatie, zonder de narigheid met fusies die ik kende van de grote organisaties waar ik als interim had gewerkt.”

      Toen Lia Lantink in Alkmaar begon, was er overigens ook sprake van een fusie. “Maar die heb ik zelf geleid, dat is dan misschien toch anders, haha. Toen ik hier in 2012 kwam, waren er drie stichtingen. Wij vonden dat het slimmer en slanker kon, zodat er meer geld zou overblijven voor de zorg aan de cliënten. Daarom hebben we in 2014 de drie stichtingen samengevoegd tot één.”

      De zorgvrager is de baas
      Lia Lantink vertelt dat het idee voor het iPVB voortkomt uit haar drang om serieus invulling te geven aan het centraal stellen van de cliënt. “Er werd veel over gesproken, maar in de praktijk merkte je er weinig van. In 2012 heb ik een beleidsplan geschreven, met als eerste beleidsitem ‘de zorgvrager is de baas’. Ik wil dat de cliënt zeggenschap krijgt over zijn zorg en dienstverlening en onder het motto ’wie betaalt, bepaalt’ zijn we op het idee gekomen het geld dat zijn indicatie waard is, bij de zorgvrager te laten. De meeste organisaties doen al het geld van alle indicaties in één grote pot en betalen daar alles uit. Wij kijken er anders naar. Het iPVB gaat ervan uit dat het geld dat hangt aan een indicatie ook echt van die cliënt is. En die cliënt vertelt ons wat hij daarvoor wil afnemen. Daarbij kijken we natuurlijk wel wat iemand zelf nog kan, of wat eventuele mantelzorgers kunnen doen. Met elke cliënt doorlopen we de hele dag, om de situatie hier zoveel mogelijk te laten aansluiten bij wat de cliënt thuis gewend was. Het kan natuurlijk ook zijn dat iemand juist méér nodig heeft dan er beschikbaar is. Dan moet je met elkaar kijken of dat teveel valt onder verzekerde zorg, oftewel zorg die nodig is om een gezondheidsrisico te ondervangen. Waar moet geld bij en waar gaan mensen zelf betalen omdat het gaat om een luxe die ze zelf graag willen? De stelregel is: als een gezondheidsrisico wordt afgedekt is het verzekerde (wlz) zorg. Is er geen sprake van een gezondheidsrisico dan is er sprake van ‘luxe’ en deze kan bijgekocht worden. Dat je op zo’n individuele basis afspraken maakt met cliënten, is uniek in Nederland.”

      App en UPP
      Om het iPVB concreet en eenvoudig toepasbaar te maken, liet Stichting NiKo een webbased applicatie ontwikkelen om het persoonlijk budget van elke cliënt op maat in te vullen. “Maar met die app heb je nog maar de helft van de informatie die je wilt hebben: persoonlijke verzorging, verpleegkundige zorg en begeleiding. De andere helft is ook belangrijk: welzijn en welbevinden. Daarvoor gebruiken wij het UPP: Uw Persoonlijk Profiel. Daarin leggen we vast wat een cliënt in algemene zin prettig vindt en wat niet. In de praktijk bespreken we het iPVB en het UPP in de thuissituatie met de cliënt, een dag of tien voordat de cliënt bij ons komt wonen. Dat gesprek wordt gevoerd door de verpleegkundige van de desbetreffende afdeling, dus de cliënt heeft hier in huis direct een bekend gezicht. In die gesprekken kijken we heel breed, ook naar voeding. Wat vindt u lekker en wat niet? Wilt u dagelijks kunnen bestellen of kunnen we dat een paar dagen van tevoren met u afstemmen?”

      Burgerlijk ongehoorzaam
      Lia Lantink benadrukt dat het iPVB een kentering in de cultuur met zich meebrengt. “Als je wilt dat de zorgvrager de baas is, hebben de professionals op de werkvloer regelruimte nodig om aan de wensen te voldoen. Daarom hebben we om te beginnen wat managementlagen uit het proces verwijderd. Managers zijn er voortaan vooral om te ondersteunen. Deze manier van werken vergt wel de nodige ontwikkeling van de medewerkers; zij moeten wennen aan al die extra ruimte. En teamleiders moeten nog beter leren coachen en weten wanneer ze wel en niet moeten ingrijpen. De systeemwereld moet ondersteunend zijn aan het primaire proces. Om dat te bereiken stellen we regelmatig die ene vraag, die dient als toetssteen: wat schiet de zorgvrager ermee op? Daarbij moeten we af en toe ook een beetje burgerlijk ongehoorzaam durven zijn. Een teveel aan regels leidt al gauw tot schijnveiligheid. Als je iets niet doet omdat de zorgvrager er niets mee opschiet, en je hebt daar een duidelijk verhaal bij, dan kun je de discussie aangaan.”

      Exoot 
      Ondanks wat burgerlijke ongehoorzaamheid gooit Stichting NiKo overal hoge ogen met het iPVB. Tot en met het ministerie van WVS. “Staatssecretaris Van Rijn kwam in 2015 met het initiatief Waardigheid en Trots om de intramurale zorg te verbeteren. In dat programma werden vijf thema’s benoemd, en dat waren allemaal thema’s waarmee wij al actief waren. We waren dus niet in één hokje te vangen, daarom werden we bestempeld tot ‘Exoot’. Op grond van die bijzondere status kregen we onder meer hulp bij het creëren van een lobby voor het iPVB, bij zorgverzekeraars, de NZA, de Inspectie Gezondheidszorg, de LOC en de Patiëntenfederatie. Al die partijen moesten er natuurlijk ook iets van vinden. Uiteindelijk hebben we van VWS ook subsidie gekregen om het iPVB te implementeren. Bij VWS is men enthousiast, ze zien het daar echt als een nieuwe manier van omgaan met ouderenzorg. Maar op een kleine organisatie als de onze kunnen ze geen beleid maken. Daarom hebben we besloten volume te gaan maken, met tien andere zorgaanbieders die nu meedraaien in het iPVB. Dat zal in maart 2019 resulteren in een rapportage aan de minister. Ik heb daar best hoge verwachtingen van.”

      Nieuwsarchief